Wie zegt dat dit kunst is? Michelle Marder Kamhi fileert de hedendaagse kunst

Je hoeft het niet altijd met iemand eens te zijn om de argumentatie in een betoog te waarderen en elementen eruit te halen die je eigen standpunt scherpen. In haar boek Who Says It’s Art uit 2016 neemt Michelle Marder fel stelling tegen alles wat als ‘postmodern’ wordt beschouwd: van ready-mades en minimalisme tot conceptuele en performancekunst.

Ik geef het meteen toe: ook ik laat me soms meeslepen door de reputatie van kunstenaars die door kunstcritici met bombastische en ondoorgrondelijke termen tot iconen van de kunstgeschiedenis worden verheven. Toch slinkt de admiratie snel wanneer ik na een tentoonstelling van een postmoderne grootheid achterblijf met een onbevredigd gevoel. Een ervaring die je alleen lijkt te kunnen begrijpen via ontoegankelijke teksten, maar die verder geen enkel emotioneel of intellectueel vonkje in me losmaakt.

En precies daar richt Michelle haar pijlen op. Volgens haar ligt de essentie van kunst juist in betekenis. De moderne tendens om ‘betekenisloze kunst’ te maken staat volgens haar haaks op wat kunst tot kunst maakt. De stelling ‘Als alles kunst is, is niets meer kunst’ vat haar kritiek treffend samen.

Michelle’s betoog kent twee hoofdbewegingen: een zoektocht naar de antropologische kern van kunst en een ontmanteling van de gedachte dat postmoderne kunst aan die kern voldoet.

In haar zoektocht naar de essentie van kunst laat Michelle zien dat kunsthistorisch gezien diepgeworteld is in de religieuze beleving. Mimetische afbeeldingen waren niet alleen representaties van goden of geesten, ze werden als bezield beschouwd. De daad van het maken van Kunst – in tegenstelling tot toegepaste kunst – werd zelfs gezien als een goddelijke handeling. Om dit te onderbouwen verwijst Michelle naar antropoloog Robin Horton, die de kunst van de Kalabaristam onderzocht. Hij concludeerde dat kunst “een noodzakelijk instrument vormt om geesten te beheersen” en dat “geesten zonder een beeldhouwwerk om hen te vertegenwoordigen gevaarlijk zijn, omdat ze niet adequaat kunnen worden gecontroleerd.”

Kunst met een grote K had dus van oudsher een functie, een betekenis die veel verder reikt dan louter representatie. Michelle wijst erop dat mimesis twee betekenissen heeft: naast representatie draait het in kunst vooral om interpretatie en toe-eigening. Hierin sluit ze aan bij filosofe Ayn Rand – over wie ze eerder een boek schreef – die stelde dat kunst concepten van menselijk belang vertaalt naar het “perceptuele niveau van het bewustzijn,” zodat ze direct begrepen worden “als recepten.”

Postmoderne kunst, die Michelle situeert bij werken zoals Duchamps Fountain en het zwarte vierkant van Malevich, wijkt volgens haar radicaal af van deze oorspronkelijke bedoeling van Kunst.

Om haar punt te onderbouwen haalt ze uitspraken van postmoderne kunstenaars zelf aan. Iconen als Rauschenberg en Jasper Johns gaven openlijk toe dat hun werk nauwelijks een diepere intentie had. Johns gebruikte bijvoorbeeld een Amerikaanse vlag in zijn werk, simpelweg omdat hij het handig vond om geen nieuw beeld te hoeven bedenken.

Volgens Michelle vormt deze intellectuele luiheid een rode draad in de hedendaagse kunst. Dit wordt versterkt door kunstcritici, die deze leegte verhullen – of verdoezelen – met complexe interpretaties die de kunstenaars zelf nooit beoogden. Dit probleem sluipt zelfs de kunsteducatie binnen, waar meer waarde wordt gehecht aan het schrijven van een artist statement dan aan het beheersen van basistechnieken zoals tekenen.

Hoewel Michelle sterke argumenten aandraagt, ontbreekt het haar betoog vaak aan nuance. Haar activistische iconoclasme kan hinderlijk zijn, waardoor het moeilijker wordt om haar argumenten volledig te waarderen. Wie door die houding heen kijkt, krijgt echter een helder inzicht in een belangrijk aspect van kunst dat in de moderniteit vaak wordt ondergesneeuwd: de representatieve waarde van Kunst. Dit element, dat sinds de jaren vijftig met minachting wordt bejegend, blijkt nog steeds een fundamentele kracht te hebben.

Tegelijkertijd gaat Michelle in haar pleidooi voorbij aan enkele tegenargumenten. Abstracte kunst, die zij zo verfoeit, blijkt bijvoorbeeld heilzame neurologische effecten te hebben. Daarnaast kan het uiten van onbewuste processen in niet-representatieve kunst wel degelijk betekenisvol zijn – zowel voor de kunstenaar als voor de toeschouwer. Haar ongenuanceerde analyse belemmert een evenwichtige beoordeling van haar belangrijkste inzicht: dat kunst betekenisvol is in vele opzichten, en dat figuratieve kunst de meest directe en toegankelijke vorm biedt om die impact te ervaren.

Version 1.0.0

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *