Het vieze bed van Tracey Emin, meer dan een gimmick?

Ga je naar kunst kijken om er herkenbare zaken in te zien? Voor zover die banaal zijn, vind je vermoedelijk weinig motivatie om je uit je luie zetel richting museum te slepen om daar opnieuw te kijken naar wat je ook in je directe omgeving ziet. Een onopgemaakt, halfgewassen bed met een volle asbak en lege alcoholflessen: mij zou het aan mijn studententijd doen denken, maar heb ik er nood aan om dat, op een of andere manier, te herbeleven in de context van een museum? Met enige zin voor hoogheidswaan zou ik mijn eigen leven dan als kunstwerk geprojecteerd kunnen zien. Een denkoefening, meer niet, en toch is het daar, in het museum, kunst. Terecht ook, begrijp me niet verkeerd, want het dwingt je anders te kijken naar de dingen, inclusief je eigen bestaan — niet dat kunst daartoe het enige middel is, maar in een museum verwerft iets een status van ongenaakbaarheid en verheffing die het elders slechts moeizaam bereikt. Al blijft dat natuurlijk een artificiële beweging, veroorzaakt door wat enkele beslissingsnemers om een of andere, mogelijk duistere reden als kunst wensen te benoemen — een discussie die sinds Mutt al aansleept — en ergens een breekpunt bereikt waarop, volgens Arthur C. Danto, kunst en de discussie over kunst in elkaar verstrengeld raken en niet zelden met elkaar verward worden. Verklaren waarom dat fameuze bed relevant is binnen de recente kunstgeschiedenis is van hetzelfde bedje ziek, pun intended, want op het eerste gezicht lijkt de voornaamste relevantie nog altijd dat de installatie, nog niet eens zo lang geleden, de wereld kon schokken. Het was weliswaar nog voor sociale media, maar toch: de kunstwereld had toen al genoeg schokken te verduren gehad, dus op zichzelf lijkt dat geen geldige reden om naar het bed van Tracey te gaan kijken, om het eens ‘met eigen ogen’ gezien te hebben. Anders wordt het in een expo, naast ander werk van de kunstenaar, waar de relevantie zichtbaar wordt binnen een breder oeuvre, als uitschieter of als onderdeel van een langzaam uitgesponnen verhaal, of van een leven zelfs, met al zijn schokken en onvoorspelbaarheden. Een oeuvre begrijpen werkt nu eenmaal anders dan één kunstwerk begrijpen. Wat mij betreft is dat alleszins boeiender, en daarin wordt het bed relevant. En dan is er nog die op het eerste gezicht wat bij de haren getrokken vergelijking die de curator bij Tate maakt met de zelfportretten van Rembrandt. Wat blieft? Maar blijf er even bij stilstaan. Rembrandt verbloemde evenmin hoe hij zichzelf ouder zag worden, en zijn reeks zelfportretten door de jaren heen biedt een brutaal eerlijk zelfbeeld van de man. Kan hetzelfde van Tracey worden gezegd? Andere eeuw, ander perspectief, maar brutaal eerlijk: zeer zeker. Het bed als zelfportret, daarin krijgen zelfs de sigarettenpeuken en de restjes wodka opnieuw betekenis, net als mijn herinneringen.


Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *