Wie de kunstenaars die in dit magazine verschijnen doorneemt, riskeert al snel in bepaalde stereotypes te vervallen. Ogenschijnlijk neigen de vrouwelijke kunstenaars naar zachtere motieven, het esthetische, zo niet het verzorgende als protagonist van de creatiedrang. De mannelijke zouden dan meer geneigd zijn tot het rationeel-analytische, de sprong in de diepste krochten van onze bestaansredenen, gedreven door hoge testosterongehaltes. Zo’n antagonisme is futiel, zo leert ons een diepere kijk in de rijke kunstgeschiedenis. Mannelijke kunstenaars zijn evenzeer op zoek naar esthetische belevingen, en vrouwen mijden allerminst de risicovolle sprong in hun eigen ziel. Wie verder durft te kijken dan de loutere waarneming, naar de motieven of de drijvende kracht achter het creatieve proces van de kunstenaars, merkt algauw het verschil niet meer op.
Hebben de talrijke initiatieven die vrouwelijke kunstenaars op een of andere manier apart uitlichten nog wel betekenis? We konden de afgelopen periode zowel hedendaagse als uit de onverbiddelijke vergeetput opgedolven vrouwelijke kunstenaars in allerlei groeps- en thematoonstellingen ontdekken. Ze zijn uiteraard eerst en vooral bedoeld als – terechte – rechtzetting van een (kunst)historisch euvel. Vrouwelijke kunstenaars werden door de machistische maatschappij al te vaak uit het publieke oog onttrokken, een houding die nog steeds nagalmt in de soms ronduit discriminerende manier waarop vrouwelijke kunstenaars hier en daar worden bejegend – gelukkig lang niet overal meer. Maar de vraag luidt: ga je door in aparte tentoonstellingen toe te lichten niet juist het onderscheid benadrukken, in plaats van de irrelevantie ervan aan te tonen?
Het is een moeilijk evenwicht. Maar los van de historische rechtzetting wijst de nadruk op vrouwelijke kunst (ongeacht of die door vrouwen of mannen wordt beoefend) misschien op onderliggende maatschappelijke verschuivingen. Het is wellicht een platitude om te stellen dat we in steeds onzekerder wordende, oppervlakkige en warrige tijden vertoeven – niet voor het eerst in de menselijke geschiedenis uiteraard, maar voor de meesten onder ons wel voor het eerst in ons min of meer comfortabele mensenleven. Door de dreigende wolken van geopolitieke spanningen en de onzekere impact die een General Artificial Intelligence-systeem op ons concrete leven zal hebben, nestelt onze generatie zich steeds meer in wat Marc Fisher zo treffend omschreef als een “a-historische, antimemonische blipcultuur – dat wil zeggen: een generatie voor wie de tijd altijd in kant-en-klare digitale microplakjes gesneden is.”
Kunst maken, kunst beleven kan gelden als tegenbeweging – niet de enige, weliswaar, maar voor sommigen onder ons de meest directe. Het helpt ons voorbij het waargenomene te zien, ons los te weken uit de enge limieten van ons persoonlijk paradigma. Daarin zijn zowel vrouwelijke als mannelijke accenten belangrijk; beide helpen in gelijke mate in deze betrachting. Maar in een maatschappij die al te lang ‘het ene’ vooropstelde, is het zeker een verademing ‘het andere’ sterker te benadrukken. In het proces dat Merleau-Ponty ‘sédeminetation’ noemde, de trage maar diepe sporen die gemeenschappelijke denkpatronen leggen in de cultuur van een maatschappij, zorgt deze rechtzetting voor een noodzakelijke manier om het spoor terug te vinden, zo niet recht te trekken.



Leave a Reply