‘Take Five’, de opbouw van een tentoonstelling

Ruimtes indelen en verdelen, werken selecteren, de juiste plek vinden voor elk werk met oog voor compositie en harmonie, een treffende titel vinden, … het vergt heel wat om een tentoonstelling op te stellen.

Het ontwerpen en organiseren van een expo is een van de leerplandoelen in het deeltijds kunstonderwijs. Hier kunnen wat vragen rond gesteld worden, gezien het niet iedereen gegeven is om, zelfs na het afronden van hun opleiding, meteen expos te gaan organiseren, laat staan er als kunstenaar te gaan tentoonstellen. Niettemin biedt deze uitdaging een verrijking voor de praktijk van iemand die met kunst bezig is, los van het feit of deze al dan niet een kunstenaar kan of wilt genoemd worden. Je eigen werk confronteren met de blik van de toeschouwer is sowieso een boeiend gegeven, maar hem begeleiden in de ontmoeting met jouw werk noopt tot talrijke, vrij fundamentele beslissingen: ga je het hem makkelijk maken door je werk bijvoorbeeld chronologisch of per stemming en verschijningsvorm te categoriseren, of nodig je hem uit om zich vragen te stellen en zich te verdiepen in je werk, door onverwachte opstellingen en associaties te creëren?

De mens is van nature een verhalenzoeker, het geeft zin en richting aan onze gewaarwording en stelt on gerust, maar je kan er evengoed voor kiezen om de kijker te destabiliseren en vanuit een ontwrichting van de verwachtingen de aandacht van de kijker lange tijd te capteren, op zich een bijzonder moeilijke opdracht in deze tijden.

Meer nog dan de blik van de toeschouwer te begeleiden confronteert het exposeren van je werk je met je eigen praktijk: wat vertelt het werk dat ik maakte over mij, over wat ik aan het doen ben en de richting die ik uit wil? Zelf al heb je als kunstenaar lang nagedacht over deze materie zal je noodgedwongen anders gaan nadenken over je werk eenmaal je het in een tentoonstelling giet, en kan de ervaring jouw inzicht in je eigen werk verdiepen, verscherpen of verruimen. Talrijke kunstenaars, zelfs de meer ervaren onder hen, staan dan ook verrast voor hun eigen werk wanneer het wordt tentoongesteld, meestal ten goede.

Als nieuwsgierige buitenstaander is dit allemaal bijzonder boeiend om te volgen.

Tijdens de opstelling van de 4ejaars projectatelier van de Sint-Lucas Academie ging ik dan ook een paar keer langs, en zag de vijf kunstenaars op hun eigen manier groeien in het proces. Twijfels vervormden tot probeersels, experimenten tot zekerheden en beslissingen. Sommigen kwamen zonder plan maar met al hun werken onder de arm, om de keuzes te laten afhangen van ruimte en stemming, anderen hadden een vaag plan die ze moesten plooien naar de vereisten van het moment. Toeval speelt soms een wezenlijke rol. Een strak afgelijnde reeks natuurlandschappen krijgt er door de hoogte van de muur een grilliger patroon, maar op een magische manier blijkt het juist beter te werken. Passen, selecteren, discussiëren en beslissen, het is een soms hartverscheurende oefening, maar, ik schreef het reeds, steevast een verrijkende.

Jammer dat het de toeschouwer enkel in een ‘volmaakte’ vorm bereikt, als ‘resultaat’, bedenk ik me, terwijl het boeiendste juist in de bewegingen en redeneringen ligt die ertoe geleid hebben. Het is misschien een idee om tijdens de opbouw van een tentoonstelling de deuren heel af en toe te openen om de toeschouwer een blik achter de schermen te gunnen.


Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *