Als directeur spendeer ik zoveel mogelijk tijd in de ateliers van de academie. Het is een welkome afwisseling voor de berg administratie, dat wel, maar vooral doet het me mijmeren over kunst en leven. Job en hobby liggen nauw bij elkaar in deze functie. Maar, ik moet het toegeven, de ateliers waar ik het vaakst naartoe trek, zijn die van de kinderen en jongeren. Het is zalig toeven in ruimtes waarin met onblusbaar enthousiasme wordt geëxperimenteerd en gecreëerd. En hoewel dit enthousiasme in alle ateliers aanwezig is, doet het aanschouwen van de bedrijvigheid in de lagere graden me net iets verder mijmeren. Wat leren deze kinderen eigenlijk wanneer ze tekenen, schilderen of boetseren? En waarom is dat zo belangrijk?
Al geruime tijd prijkt creativiteit als een van de belangrijkste vaardigheden voor de toekomst. De lijstjes komen weliswaar vaak uit de zakenwereld, waar tot de komst van AI innovatie als het toverwoordje gold. Zelfs in tijden waarin AI steeds meer kennistaken overneemt, lijkt het creatieve denken en doen niet vanzelfsprekend ingebed in de algoritmes. Het blijft een vaardigheid waarin de mens bij uitstek uitblinkt, niet alleen door nieuwe mogelijkheden te bedenken, maar ook door er betekenis aan te geven.
Maar ook buiten de zakenwereld is het een vaardigheid die van belang kan zijn. ‘Elk kunstwerk is een oplossing voor een probleem’, stelde René Magritte geregeld, zoals blijkt uit zijn biografie Magritte: een leven van Alex Danchev. De problemen waarvoor kunstenaars oplossingen zoeken, komen dan misschien niet voort uit een concrete noodzaak, ze wijzen wel op een andere manier van kijken naar uitdagingen, en dus op de mogelijkheid om nieuwe oplossingen te vinden. Ik wil hier niet beweren dat kunst of kunstenaars een oplossing zijn voor alle wereldproblemen, maar hun manier om naar problemen te kijken vormt misschien juist wel een deel van de oplossing.
Niet alle problemen waarvoor we een andere manier van kijken nodig hebben, liggen echter buiten onszelf. Het trof me, toen ik lesgaf aan puberende jongeren en hen vroeg of de coronaperiode, enkele luttele jaren later, nog een impact had op hun leven. Zonder uitzondering bevestigden ze dat dit het geval was. Wanneer ik verder doorvroeg naar welke impact dit dan precies had, bleven ze echter met hun mond vol tanden staan. Ze konden hun diepere gevoelens, de angsten en onzekerheden die met die periode gepaard gingen en duidelijk onzichtbare sporen hadden achtergelaten, niet onder woorden brengen. Kunst biedt geen gegarandeerde therapie, maar kan wel een andere vorm van expressie en zelfonderzoek mogelijk maken, die op zich al heilzaam kan zijn.
Uit de omvangrijke studie van Ellen Winner over de psychologische impact van kunst (How Art Works: A Psychological Exploration) blijkt dat er aanwijzingen zijn voor een vermindering van stress en een verbetering van de stemming bij mensen die met kunst bezig zijn. Of kunst ook een diepgaander therapeutisch effect heeft op de mentale gezondheid, is echter minder duidelijk aangetoond. De studies waarnaar Winner verwijst, doen haar overigens besluiten dat kunsteducatie vaardigheden ontwikkelt zoals aandachtig observeren, experimenteren, omgaan met fouten en reflecteren. Op zich waardevolle eigenschappen in deze tijden.
Uit talrijke persoonlijke getuigenissen blijkt alvast dat kunst maken – en bekijken – voor veel mensen een helend, of toch een heilzaam effect kan hebben. Een van de meest markante getuigenissen is die van de Zuid-Afrikaans-Britse psychotherapeut Morris Nitsun in zijn boek A Psychotherapist Paints. Hij beschrijft erin hoe het schilderen hem hielp om zijn leven beter te begrijpen en er in zekere zin betekenis aan te geven. Niet dat dit zijn bedoeling was toen hij eraan begon, het was wel een van de effecten ervan. Kunst noopte hem tot een grondige zelfreflectie, en uit die reflectie ontstond een samenhangend, betekenisvol verhaal over zijn eigen leven.
Als beginnend tekenaar merk ik zelf hoe mijn blik verruimt door de aandacht die elk detail vergt. Hoe het gehele beeld bij elke lijn of elk vlak verschuift, hoe met enkele bewegingen een sfeer kan veranderen, en dus hoe belangrijk elk onderdeel is. Hoe ook elke mislukking sporen achterlaat die niettemin belangrijk blijven in het beeld. Met het verruimen van de blik verruimt ook de ervaring van, en de grip op, het leven, lijkt me soms.
Misschien is dat wel het mooiste wat je aan kinderen en jongeren kan meegeven: de aandacht voor het proces waarin de wording van een werk jezelf ook mee vormt. De zeemonsters die ze maken en de wolken die ze leren weergeven, zullen de wereld misschien niet redden of concrete problemen oplossen, maar ze bieden hen wel een manier om hun omgeving met wijde ogen en aandachtiger te ervaren, en hun eigen plaats daarin mee vorm te geven. Meer dan in de in cijfers uitgedrukte relevantie ligt daar de waarde van het creatieve proces, ook, of misschien vooral, op jonge leeftijd. En meteen ook de schoonheid van een kinderatelier.


Leave a Reply